Zonnepanelen werden in Vlaanderen op grote schaal geïnstalleerd vanaf 2010. Bij sommige installaties ontstaat na verloop van tijd vervuiling rond panelen, waaronder mosgroei en algen rond de panelen, vogelpoep-vlekken en stof-accumulatie op het glasoppervlak. Het effect op uw jaarlijkse opbrengst is groter dan u zou vermoeden.
Hoe mos op zonnepanelen ontstaat?
Zonnepanelen worden op het dak gemonteerd met een lichte tussenruimte van enkele centimeter tussen het paneel en de pannen of dakbedekking. Die ruimte vormt een microklimaat: schaduw, vocht dat blijft hangen na regen, beperkte ventilatie. Voor mossporen is dat een ideale habitat om te kiemen, en eenmaal mos ontstaan rond een paneel, breidt het uit naar:
- De rand van het paneel zelf (donkere "lijntjes" in foto's)
- De aluminium-frames die de panelen omsluiten
- De dakpannen onder en rond de panelen
- De montagebeugels (vooral als die niet behandeld zijn tegen oxidatie)
Een tweede vorm van vervuiling die opbrengstverlies veroorzaakt is "soiling", een verzamelnaam voor stof, pollen, vogelpoep en atmosferische roetafzetting die zich op het glasoppervlak ophoopt. Soiling is in de Vlaamse context geen volledige opbrengstkiller (regen spoelt veel weg), maar in droge periodes en rond bomen accumulatie zichtbaar.
Wat is het verschil met korstmos?
Naast gewone mosgroei komt bij langer verwaarloosde installaties ook korstmos voor: een samengroeisel van schimmel en algen dat zich steviger aan het glasoppervlak hecht dan mos. Korstmos is lastiger te verwijderen en verhoogt bij verwaarlozing het risico op blijvend lichtverlies. Schraap korstmos nooit los met een mes, schraper of staalborstel: dat beschadigt de glaslaag. Een behandeling met osmosewater, een zachte borstel en voldoende inwerktijd is de veiligere aanpak, eventueel aangevuld met een specifiek product voor korstmos op glas.
Hoe beoordeelt u mogelijk opbrengstverlies?
Een vast verliespercentage is niet betrouwbaar zonder meetgegevens. Vergelijk de productie onder vergelijkbare weersomstandigheden en let tegelijk op de plaats en aard van de vervuiling:
- Licht stof: controleer of regen het grootste deel wegspoelt en of de monitoring een afwijking toont.
- Vogelpoep of plaatselijke vlekken: kijk of een celzone langdurig wordt afgedekt.
- Mos aan de paneelrand: controleer ook dakpannen, afwatering, frame en kabels.
- Brede, hardnekkige vervuiling: laat de geschikte reinigingsmethode aan de hand van de fabrikantvoorschriften bepalen.
Gebruik voor een financiële beoordeling uw eigen omvormerdata, het geïnstalleerde vermogen, vergelijkbare instraling en uw actuele energietarief. Alleen zo kunt u onderscheiden of een afwijking door vuil, schaduw, weer, een storing of normale degradatie ontstaat.
Wat mag u niet doen?
Voor de juiste aanpak begint, eerst de verkeerde:
- Hogedruk-reiniging op panelen: kan de afdichtrubbers rond de paneel-frames beschadigen en water onder het paneel duwen, met op termijn corrosie van de elektrische connectoren tot gevolg
- Afwasmiddel, Dreft of zeep: kan residu achterlaten en is niet automatisch verenigbaar met coating en garantievoorwaarden. Controleer de fabrikantvoorschriften en de juiste paneelreinigingsprocedure.
- Bleekwater of soda: aggressieve oplosmiddelen die zowel het paneel als de montagebeugels kunnen beschadigen
- Schuursponzen of borstels met metaaldraad: krassen op de glasplaat verminderen de lichtdoorlatendheid permanent
Wat is de juiste aanpak?
Voor de panelen zelf: osmose-gefilterd water zonder additieven, met een zachte borstel of telescopische steel vanaf de dakgootrand. Geen druk, geen detergenten, droogvrij. Voor de eventuele mos rond de panelen en op de dakbedekking eronder is een aparte aanpak nodig: een soft washing-behandeling met biocide op de dakpannen of -leien, zonder dat product op het paneel-oppervlak komt.
In veel situaties worden beide stappen in een traject bekeken: eerst mos op de pannen rond en onder de panelen behandelen, daarna de paneelglasplaten reinigen met osmosewater. Vraag bij een voorstel hoe biocidebehandeling en glasreiniging praktisch gescheiden worden, zodat zonnepanelen niet onnodig met productresten in contact komen.
Wat bepaalt de frequentie aanbeveling?
De belangrijkste punten zijn Stedelijke installatie (Antwerpen, Gent), Onder of nabij bomen en Open landelijk dak met steile helling.
- Stedelijke installatie (Antwerpen, Gent): jaarlijkse reinigingsbeurt
- Onder of nabij bomen: tweemaal per jaar (vooral najaar)
- Open landelijk dak met steile helling: tweejaarlijks tot driejaarlijks
- Kustomgeving: jaarlijks wegens zoutafzetting
- Met zichtbare mos op het dak: eerst grondige dakontmossing, daarna jaarlijkse paneelreiniging
Wanneer is de combinatie met dakontmossing zinvol?
Wanneer het dak onder uw panelen visueel vergroend is, heeft pure paneelreiniging beperkt effect, de sporen zitten in de pannen onder de panelen en blijven nieuwe mosgroei rond de panelen voeden. De juiste aanpak voor zo'n situatie is een volledig pakket: dakontmossing op de pannen rond én onder de panelen (door panelen demonteren of bereikbaar via tussenruimte), gevolgd door panelenreiniging.
Voor het volledige overzicht: de aanpak voor dakontmossing en de specifieke uitleg over paneelreiniging. Voor een offerte op uw combinatie-situatie: een vrijblijvende prijsopgave.
Wat is de conclusie?
Mos rond zonnepanelen vraagt eerst een visuele controle van panelen, dakbedekking en afwatering. Gebruik monitoringgegevens om een mogelijke productieafwijking te beoordelen en vergelijk de reinigingskost pas daarna met het meetbare verschil. Volg altijd de onderhoudsinstructies van de fabrikant.